1. Trauma huilen
Als ouders alles geprobeerd hebben om de fysiologische en affectieve behoeften van de baby te vervullen, en als dan het huilen van de baby niet ophoudt, dan verwijst dit voortdurend huilen vaak naar trauma-huilen. Naast ‘behoefte-huilen’ kan een baby via zijn huilen ook aangeven dat hij pijn heeft; niet omdat hem pijn wordt gedaan, maar omdat hij zich via het huilen wil bevrijden van zijn pijn (Solter, 1991, 2000). Deze vorm van huilen wordt door William Emerson ‘trauma-huilen’ genoemd. Het is de ontlading van emotionele pijn die de baby in zijn verleden heeft opgelopen. Trauma-huilen is een vorm van loslaten van innerlijke spanning, van verwerken van opgelopen belastingen of trauma’s. Solter (2000) noemt deze vorm van huilen een stressontladingsmechanisme. Deze vorm van huilen is veel krachtiger en krijsender dan behoefte-huilen en gaat gepaard met angst en paniek, die goed in de oogjes van de baby te zien zijn. Bij trauma-huilen heeft de baby meer spanning in zijn lichaam, de neiging om zich te overstrekken; zijn vuistjes zijn vaak gebald en de bewegingen van armpjes en beentjes nemen sterkt toe. Via zijn trauma-huilen vertelt de baby zijn verhaal over wat hij tot nu toe in zijn leven ervaren heeft. Ook een baby heeft een geschiedenis; in tijd nog maar kort, maar daarom voor zijn functioneren niet onbelangrijk. Foetussen en baby’s kunnen reeds emotioneel belast zijn. Het is een groot misverstand te denken dat de baarmoeder per definitie een paradijs is en dat de geboorte een vanzelfsprekende overgang is. Prenatale pijn en geboortetrauma’s vormen een belangrijke oorzaak van trauma-huilen. Bij prenatale pijn kunnen we denken aan belastende stress, afwijzing of isolement (Verny, 2002). Bij geboortetrauma’s kunnen we denken aan inleiding van de geboorte, instrumentele verlossingen en vooral keizersneden. Emerson (1998) heeft erop gewezen dat geboorte trauma’s leiden tot hechtingsproblemen, shock-ervaringen en tot een invasie/controle complex.Ook Solter (1991) wijst erop dat baby’s soms maandenlang vele uren per dag huilen om de pijn van hun geboorte tot ontlading te brengen en zich zo te bevrijden van deze pijn. Belangrijk is aan te vullen, dat deze ontlading maar kan optreden als de baby zich gesteund en gedragen voelt door een omgeving die zijn trauma onderkent en hem de veiligheid en containment biedt die hij nodig heeft om zijn pijn toe te laten. Karlton Terry stelt dan ook met veel nadruk dat een baby die trauma-huilt nooit alleen gelaten mag worden. Als dit wel gebeurt dan zal zijn huilen snel verstommen en stopt de baby met huilen, misschien voorgoed! Het beleven van zijn pijn wordt dan onmogelijk, met als gevolg dat elke pijn in de rest van zijn leven afgeweerd moet worden Stroecken
|2006-12-20 18:50:41 | Reageer |
Als ouders alles geprobeerd hebben om de fysiologische en affectieve behoeften van de baby te vervullen, en als dan het huilen van de baby niet ophoudt, dan verwijst dit voortdurend huilen vaak naar trauma-huilen. Naast ‘behoefte-huilen’ kan een baby via zijn huilen ook aangeven dat hij pijn heeft; niet omdat hem pijn wordt gedaan, maar omdat hij zich via het huilen wil bevrijden van zijn pijn (Solter, 1991, 2000). Deze vorm van huilen wordt door William Emerson ‘trauma-huilen’ genoemd. Het is de ontlading van emotionele pijn die de baby in zijn verleden heeft opgelopen. Trauma-huilen is een vorm van loslaten van innerlijke spanning, van verwerken van opgelopen belastingen of trauma’s. Solter (2000) noemt deze vorm van huilen een stressontladingsmechanisme. Deze vorm van huilen is veel krachtiger en krijsender dan behoefte-huilen en gaat gepaard met angst en paniek, die goed in de oogjes van de baby te zien zijn. Bij trauma-huilen heeft de baby meer spanning in zijn lichaam, de neiging om zich te overstrekken; zijn vuistjes zijn vaak gebald en de bewegingen van armpjes en beentjes nemen sterkt toe. Via zijn trauma-huilen vertelt de baby zijn verhaal over wat hij tot nu toe in zijn leven ervaren heeft. Ook een baby heeft een geschiedenis; in tijd nog maar kort, maar daarom voor zijn functioneren niet onbelangrijk. Foetussen en baby’s kunnen reeds emotioneel belast zijn. Het is een groot misverstand te denken dat de baarmoeder per definitie een paradijs is en dat de geboorte een vanzelfsprekende overgang is. Prenatale pijn en geboortetrauma’s vormen een belangrijke oorzaak van trauma-huilen. Bij prenatale pijn kunnen we denken aan belastende stress, afwijzing of isolement (Verny, 2002). Bij geboortetrauma’s kunnen we denken aan inleiding van de geboorte, instrumentele verlossingen en vooral keizersneden. Emerson (1998) heeft erop gewezen dat geboorte trauma’s leiden tot hechtingsproblemen, shock-ervaringen en tot een invasie/controle complex.Ook Solter (1991) wijst erop dat baby’s soms maandenlang vele uren per dag huilen om de pijn van hun geboorte tot ontlading te brengen en zich zo te bevrijden van deze pijn. Belangrijk is aan te vullen, dat deze ontlading maar kan optreden als de baby zich gesteund en gedragen voelt door een omgeving die zijn trauma onderkent en hem de veiligheid en containment biedt die hij nodig heeft om zijn pijn toe te laten. Karlton Terry stelt dan ook met veel nadruk dat een baby die trauma-huilt nooit alleen gelaten mag worden. Als dit wel gebeurt dan zal zijn huilen snel verstommen en stopt de baby met huilen, misschien voorgoed! Het beleven van zijn pijn wordt dan onmogelijk, met als gevolg dat elke pijn in de rest van zijn leven afgeweerd moet worden Stroecken
|2006-12-20 18:50:41 | Reageer |
2. Behoefte huilen
Veel ouders gaan ervan uit, dat als een baby huilt, hij uitsluitend een fysiologische behoefte kenbaar maakt. Aletha Solter (1991) noemt dit een van de belangrijkste vergissingen van ouders. We merken inderdaad dat moeders geneigd zijn verklaringen te zoeken voor het huilen van haar baby die verwijzen naar een onvervulde, lichamelijke behoefte: de baby heeft honger, is vermoeid, heeft slaap, of heeft krampjes. De baby kan fysiologische behoeften kenbaar maken, maar kan door huilen ook uitdrukking geven aan affectieve behoeften. Een baby geeft signalen dat hij behoefte heeft aan de nabijheid van zijn moeder, aan haar warmte, aan haar veiligheid. Veel ouders vragen zich af in welke mate ze op dit ‘behoefte-huilen’ moeten ingaan en of ze de baby daardoor niet verwennen? Het is onmogelijk om een baby te verwennen. Huilen is een van de weinige manieren waarop een baby zijn behoeften kenbaar kan maken en bovendien kan een baby uitstel van behoeftebevrediging nog heel moeilijk tolereren. Als zijn signalen worden genegeerd zal het huilen toenemen uit frustratie, ongeduld en ongemak, omdat hij zijn behoefte sterker voelt. We moeten ons goed realiseren dat een baby, zoals Abraham Maslow het uitdrukte, geen honger heeft, maar honger is. Als een behoefte niet voldoende en niet tijdig vervuld wordt dan komt heel zijn organisme in het teken te staan van deze onvervulde behoefte. Zoals een verdwaalde in de woestijn alleen nog maar kan denken aan water, zo wordt de baby overheerst door een onvervulde behoefte. Als dit systematisch gebeurt, - zoals in de opvoedingssystemen waarin rust, reinheid en regelmaat (de ‘3-R-en’) worden gepropagandeerd - , leert de baby dat hij niet het vermogen heeft om invloed uit te oefenen op zijn omgeving. Het geeft hem een gevoel van machteloosheid en het ondermijnt zijn vertrouwen in zijn moeder, omdat zij zijn signalen niet beantwoordt. Als het vertrouwen in zijn omgeving ondermijnd wordt, neemt ook zijn zelfvertrouwen af (Stroecken, 2003). In reactie op een omgeving waarin huilen niet geaccepteerd wordt, ontwikkelen kinderen starre gedragspatronen, die huilen moeten voorkomen. Deze controlepatronen hebben dan als functie om het gemis, als gevolg van onvervulde behoeften, niet te hoeven voelen. De gevolgen van het onderdrukken of niet beantwoorden van huilen zijn emotionele en gedragsproblemen Solter
|2006-12-20 18:49:30 | Reageer |
Veel ouders gaan ervan uit, dat als een baby huilt, hij uitsluitend een fysiologische behoefte kenbaar maakt. Aletha Solter (1991) noemt dit een van de belangrijkste vergissingen van ouders. We merken inderdaad dat moeders geneigd zijn verklaringen te zoeken voor het huilen van haar baby die verwijzen naar een onvervulde, lichamelijke behoefte: de baby heeft honger, is vermoeid, heeft slaap, of heeft krampjes. De baby kan fysiologische behoeften kenbaar maken, maar kan door huilen ook uitdrukking geven aan affectieve behoeften. Een baby geeft signalen dat hij behoefte heeft aan de nabijheid van zijn moeder, aan haar warmte, aan haar veiligheid. Veel ouders vragen zich af in welke mate ze op dit ‘behoefte-huilen’ moeten ingaan en of ze de baby daardoor niet verwennen? Het is onmogelijk om een baby te verwennen. Huilen is een van de weinige manieren waarop een baby zijn behoeften kenbaar kan maken en bovendien kan een baby uitstel van behoeftebevrediging nog heel moeilijk tolereren. Als zijn signalen worden genegeerd zal het huilen toenemen uit frustratie, ongeduld en ongemak, omdat hij zijn behoefte sterker voelt. We moeten ons goed realiseren dat een baby, zoals Abraham Maslow het uitdrukte, geen honger heeft, maar honger is. Als een behoefte niet voldoende en niet tijdig vervuld wordt dan komt heel zijn organisme in het teken te staan van deze onvervulde behoefte. Zoals een verdwaalde in de woestijn alleen nog maar kan denken aan water, zo wordt de baby overheerst door een onvervulde behoefte. Als dit systematisch gebeurt, - zoals in de opvoedingssystemen waarin rust, reinheid en regelmaat (de ‘3-R-en’) worden gepropagandeerd - , leert de baby dat hij niet het vermogen heeft om invloed uit te oefenen op zijn omgeving. Het geeft hem een gevoel van machteloosheid en het ondermijnt zijn vertrouwen in zijn moeder, omdat zij zijn signalen niet beantwoordt. Als het vertrouwen in zijn omgeving ondermijnd wordt, neemt ook zijn zelfvertrouwen af (Stroecken, 2003). In reactie op een omgeving waarin huilen niet geaccepteerd wordt, ontwikkelen kinderen starre gedragspatronen, die huilen moeten voorkomen. Deze controlepatronen hebben dan als functie om het gemis, als gevolg van onvervulde behoeften, niet te hoeven voelen. De gevolgen van het onderdrukken of niet beantwoorden van huilen zijn emotionele en gedragsproblemen Solter
|2006-12-20 18:49:30 | Reageer |
3. É légie Prenatale
Ik sta te dromen op de brug, ik zie de bomen in het water, ik zie de lucht en even later voel ik de blikken in mijn rug van alle mensen die daar staan en die mij streng-vertoornd vragen: ‘Moest jij dat echt zo nodig wagen? Waarom deed jij haar zoiets aan?’ Ik weet het best, het is mijn schuld dat ik te vroeg met je moet trouwen, maar voor `t genoeglijk nestje bouwen had de natuur toch geen geduld. Het was zo’n zachte nacht in mei... Maar ga dat maar eens expliceren aan al die dames en meneren die meer geluk hadden dan wij. Men zegt tot mij: ‘Je bent een vod, je bent de schand van de familie, van onze propere domicilie, denk eens aan ons! En ook aan God.’ En daarbij trekt men dan een smoel alsof ik knoflook heb gegeten, van zo’n vent wil geen christen weten, die kwetst het eerbaarheidsgevoel. Des zondags luistert men naar `t Woord en psalmzingt luide altegader en ik sta buiten als de dader van een negatieve moord. Vergeving en verdraagzaamheid, ja, die zijn goed voor liberalen, van die onchristelijke kwalen is mijn familie gans bevrijd. Een wijze oom is advocaat en regelt onze huwelijkszaken, een hok met uitzicht op de daken, want anders stonden we op straat. Mevrouw hiernaast, die alles ziet, zit achter ‘t raam en wringt haar handen, ze roept gekwetst: ‘Het is een schande!’ Omdat jij moeder wordt - zij niet. Als ik jouw kind was, lieve schat, dan werd ik liever niet geboren, dan liet ik niets meer van me horen, dan blijf ik zitten waar ik zat. Want de familie, lieve meid, is met de toestand zo verlegen... we hebben de kliek nu eenmaal tegen, want zij trouwden wel op tijd. Tekst: Lennaert Nijgh
|2006-12-20 18:48:11 | Reageer |
Ik sta te dromen op de brug, ik zie de bomen in het water, ik zie de lucht en even later voel ik de blikken in mijn rug van alle mensen die daar staan en die mij streng-vertoornd vragen: ‘Moest jij dat echt zo nodig wagen? Waarom deed jij haar zoiets aan?’ Ik weet het best, het is mijn schuld dat ik te vroeg met je moet trouwen, maar voor `t genoeglijk nestje bouwen had de natuur toch geen geduld. Het was zo’n zachte nacht in mei... Maar ga dat maar eens expliceren aan al die dames en meneren die meer geluk hadden dan wij. Men zegt tot mij: ‘Je bent een vod, je bent de schand van de familie, van onze propere domicilie, denk eens aan ons! En ook aan God.’ En daarbij trekt men dan een smoel alsof ik knoflook heb gegeten, van zo’n vent wil geen christen weten, die kwetst het eerbaarheidsgevoel. Des zondags luistert men naar `t Woord en psalmzingt luide altegader en ik sta buiten als de dader van een negatieve moord. Vergeving en verdraagzaamheid, ja, die zijn goed voor liberalen, van die onchristelijke kwalen is mijn familie gans bevrijd. Een wijze oom is advocaat en regelt onze huwelijkszaken, een hok met uitzicht op de daken, want anders stonden we op straat. Mevrouw hiernaast, die alles ziet, zit achter ‘t raam en wringt haar handen, ze roept gekwetst: ‘Het is een schande!’ Omdat jij moeder wordt - zij niet. Als ik jouw kind was, lieve schat, dan werd ik liever niet geboren, dan liet ik niets meer van me horen, dan blijf ik zitten waar ik zat. Want de familie, lieve meid, is met de toestand zo verlegen... we hebben de kliek nu eenmaal tegen, want zij trouwden wel op tijd. Tekst: Lennaert Nijgh
|2006-12-20 18:48:11 | Reageer |
4. Denken over je eigen geboorte
Heb je wel eens nagedacht over je eigen geboorte? Ongetwijfeld heb je in de loop der jaren het een en ander van je ouders over deze gebeurtenis gehoord.Realiseer je dat het verhaal gekleurd kan zijn door de eigen ervaringen en belevenissen van vader en moeder Maar hoe heb jij als kind deze gebeurtenis ervaren? Enige tijd geleden is het wetenschappelijk bewezen dat een kind mogelijk wat kan ervaren in de baarmoeder. Dit gegeven is voor ons regressietherapeuten al meer dan dertig jaar een vaststaand feit. Dagelijks werken we met cliënten in de prenatale periode inclusief de geboorte om inzichten te verkrijgen in onderbewuste belemmerende gedachten en gevoelens.Waarom is deze periode zo belangrijk voor je? Over het algemeen wordt aangenomen dat de geboorte het begin is van je (bewuste) leven, dat je op moment van geboorte begint te voelen, denken en de omgeving kan waarnemen. Onze ervaring als regressietherapeuten is dat het leven, hierbij bedoelen wij bewustwording van lichaam en geest, al begint bij de conceptie. Deze bewustwording en de invloeden van (traumatische)gebeurtenissen in de prenatale periode en de geboorte, kunnen bewust of onbewust, ons dagelijkse leven beïnvloeden.Hoe dan? Zul je je afvragen, ik weet al niet hoe ik geboren ben, hoe weet ik dan wat er met mij in de baarmoeder gebeurd kan zijn? Over welke invloeden hebben we het eigenlijk? En als ik er achter kom welke invloeden het zijn wat moet ik daar dan mee? Via onderstaande praktijkervaringen zal ik trachten op deze vragen een antwoord te geven. In de regressietherapie wordt er van uitgegaan dat elk probleem, lichamelijk of geestelijk, veroorzaakt wordt door een traumatische (onverwerkte)ervaring. Met andere woorden: elk probleem heeft ergens een oorzaak of beginpunt.Uit onze ervaring blijkt dat veel problemen geactualiseerd worden tijdens de conceptie, prenatale periode en geboorte. Het gaat in dit artikel te ver om alle (spirituele)aspecten van bovenstaande periode uiteen te zetten, maar ik zal trachten de juiste essentie weer te geven. Om samen met de cliënt bij deze ervaringen te komen maak ik als regressietherapeut gebruik van trance of in sommige gevallen door het laten maken van tekeningen Henri v Amerongen
|2006-12-20 18:46:04 | Reageer |
Heb je wel eens nagedacht over je eigen geboorte? Ongetwijfeld heb je in de loop der jaren het een en ander van je ouders over deze gebeurtenis gehoord.Realiseer je dat het verhaal gekleurd kan zijn door de eigen ervaringen en belevenissen van vader en moeder Maar hoe heb jij als kind deze gebeurtenis ervaren? Enige tijd geleden is het wetenschappelijk bewezen dat een kind mogelijk wat kan ervaren in de baarmoeder. Dit gegeven is voor ons regressietherapeuten al meer dan dertig jaar een vaststaand feit. Dagelijks werken we met cliënten in de prenatale periode inclusief de geboorte om inzichten te verkrijgen in onderbewuste belemmerende gedachten en gevoelens.Waarom is deze periode zo belangrijk voor je? Over het algemeen wordt aangenomen dat de geboorte het begin is van je (bewuste) leven, dat je op moment van geboorte begint te voelen, denken en de omgeving kan waarnemen. Onze ervaring als regressietherapeuten is dat het leven, hierbij bedoelen wij bewustwording van lichaam en geest, al begint bij de conceptie. Deze bewustwording en de invloeden van (traumatische)gebeurtenissen in de prenatale periode en de geboorte, kunnen bewust of onbewust, ons dagelijkse leven beïnvloeden.Hoe dan? Zul je je afvragen, ik weet al niet hoe ik geboren ben, hoe weet ik dan wat er met mij in de baarmoeder gebeurd kan zijn? Over welke invloeden hebben we het eigenlijk? En als ik er achter kom welke invloeden het zijn wat moet ik daar dan mee? Via onderstaande praktijkervaringen zal ik trachten op deze vragen een antwoord te geven. In de regressietherapie wordt er van uitgegaan dat elk probleem, lichamelijk of geestelijk, veroorzaakt wordt door een traumatische (onverwerkte)ervaring. Met andere woorden: elk probleem heeft ergens een oorzaak of beginpunt.Uit onze ervaring blijkt dat veel problemen geactualiseerd worden tijdens de conceptie, prenatale periode en geboorte. Het gaat in dit artikel te ver om alle (spirituele)aspecten van bovenstaande periode uiteen te zetten, maar ik zal trachten de juiste essentie weer te geven. Om samen met de cliënt bij deze ervaringen te komen maak ik als regressietherapeut gebruik van trance of in sommige gevallen door het laten maken van tekeningen Henri v Amerongen
|2006-12-20 18:46:04 | Reageer |
5. De uitdrijving
Deze fase van de biologische geboorte gaat gepaard met een enorme levensstrijd en verpletterende mechanische druk, en vaak ook met zuurstoftekort en verstikkingservaringen. In tegenstelling tot de vorige fase is er nu een uitweg. In de herbeleving kunnen zich hier ervaringen van verstikking door omstrengeling met de navelstreng voordoen, evenals de evaring van een enorme druk op hoofd en nek. De strijd om geboren te worden heeft ook een positief aspect. Het actief en succesvol betrokken zijn bij dit proces kan een grote invloed op het verdere leven hebben. Voor sommigen was het gevecht om geboren te worden echter zo hevig, dat ze hun hele leven lang blijven vechten, ook als er niets te vechten valt. Deze mensen zoeken en vinden voortdurend strijd in hun leven, anderen vechten alsmaar tegen pijnen en kwalen, of zoeken omstandigheden die voortdurend spanning geven. Problemen kunnen ook ontstaan, wanneer er sprake is van tangverlossing of vacuumextractie. Het kind kan zich dan gestoord voelen in zijn initiatief om zelfstandig ter wereld te komen. Als reactie hierop zien we nogal eens problemen met autoriteit. Anderen reageren met een houding van onzelfstandigheid, niets zelfstandig tot een einde kunnen brengen.
|2006-12-20 18:44:59 | Reageer |
Deze fase van de biologische geboorte gaat gepaard met een enorme levensstrijd en verpletterende mechanische druk, en vaak ook met zuurstoftekort en verstikkingservaringen. In tegenstelling tot de vorige fase is er nu een uitweg. In de herbeleving kunnen zich hier ervaringen van verstikking door omstrengeling met de navelstreng voordoen, evenals de evaring van een enorme druk op hoofd en nek. De strijd om geboren te worden heeft ook een positief aspect. Het actief en succesvol betrokken zijn bij dit proces kan een grote invloed op het verdere leven hebben. Voor sommigen was het gevecht om geboren te worden echter zo hevig, dat ze hun hele leven lang blijven vechten, ook als er niets te vechten valt. Deze mensen zoeken en vinden voortdurend strijd in hun leven, anderen vechten alsmaar tegen pijnen en kwalen, of zoeken omstandigheden die voortdurend spanning geven. Problemen kunnen ook ontstaan, wanneer er sprake is van tangverlossing of vacuumextractie. Het kind kan zich dan gestoord voelen in zijn initiatief om zelfstandig ter wereld te komen. Als reactie hierop zien we nogal eens problemen met autoriteit. Anderen reageren met een houding van onzelfstandigheid, niets zelfstandig tot een einde kunnen brengen.
|2006-12-20 18:44:59 | Reageer |
6. De voorgeboortelijke periode
De biologische basis van deze fase is de ervaring van de oorspronkelijke symbiotische eenheid van de foetus met de moeder tijdens het bestaan in de baarmoeder. Als alles goed gaat, kunnen de omstandigheden van een ongeboren kind ideaal zijn, zodat volledig aan de behoefte van veiligheid kan worden voldaan. Er zijn evenwel allerlei fysische, chemische, biologische en psychologische factoren die deze toestand ernstig kunnen verstoren. Als dit gebeurt, blijft de betrokkene verlangen naar de oorspronkelijke symbiotische eenheid. Het is immers zo dat, wanneer aan de basisbehoefte van een bepaalde levensfase niet voldaan is, men niet volledig kan doorgroeien naar de volgende levensfase. Dit kan in het latere leven tot uiting komen in diverse symptomen: er ‘niet bij zijn’, zich voortdurend wazig voelen, drugs- of alcoholgebruik, niet uit bed kunnen komen of extreem veel slapen. Dit veroorzaakt bij mensen de neiging om te ‘vluchten’ in plaats van ‘vechten’. De negatieve aspecten van deze fase gaan samen met ervaringen van dreiging, spanning, transpireren, misselijkheid, buikpijn vooral rondom de navel en meestal een algeheel gevoel van onbenoembare dreiging. Bij ervaringen van poging tot abortus is er een diep gevoel van ongewenstheid. Dit kan zich uiten in gedrag dat erop gericht is zichzelf zo onzichtbaar mogelijk te maken. Vaak zijn er schuldgevoelens, maar ook het tegenovergestelde, een volledige afwijzing en woede naar de moeder komt voor. Mensen die in deze fase veel negatieve ervaringen hebben opgedaan, hebben in hun leven vaak te kampen met spanningen. Zij hebben vaak de volgende symptomen: angst in overvolle of kleine ruimtes, gepaard gaande met misselijkheid, buikpijn en hevig transpireren.De positieve aspecten van deze fase zijn nauw verbonden met herinnerinen aan de symbiotische eenheid met de moederborst, tevredenheid en ontspanning. Pas nadat de negatieve aspecten voldoende zijn afgevloeid door het doen van herhaalde geboorte-oefeningen, kunnen deze positieve aspecten alsnog worden ervaren
|2006-12-20 18:44:00 | Reageer |
De biologische basis van deze fase is de ervaring van de oorspronkelijke symbiotische eenheid van de foetus met de moeder tijdens het bestaan in de baarmoeder. Als alles goed gaat, kunnen de omstandigheden van een ongeboren kind ideaal zijn, zodat volledig aan de behoefte van veiligheid kan worden voldaan. Er zijn evenwel allerlei fysische, chemische, biologische en psychologische factoren die deze toestand ernstig kunnen verstoren. Als dit gebeurt, blijft de betrokkene verlangen naar de oorspronkelijke symbiotische eenheid. Het is immers zo dat, wanneer aan de basisbehoefte van een bepaalde levensfase niet voldaan is, men niet volledig kan doorgroeien naar de volgende levensfase. Dit kan in het latere leven tot uiting komen in diverse symptomen: er ‘niet bij zijn’, zich voortdurend wazig voelen, drugs- of alcoholgebruik, niet uit bed kunnen komen of extreem veel slapen. Dit veroorzaakt bij mensen de neiging om te ‘vluchten’ in plaats van ‘vechten’. De negatieve aspecten van deze fase gaan samen met ervaringen van dreiging, spanning, transpireren, misselijkheid, buikpijn vooral rondom de navel en meestal een algeheel gevoel van onbenoembare dreiging. Bij ervaringen van poging tot abortus is er een diep gevoel van ongewenstheid. Dit kan zich uiten in gedrag dat erop gericht is zichzelf zo onzichtbaar mogelijk te maken. Vaak zijn er schuldgevoelens, maar ook het tegenovergestelde, een volledige afwijzing en woede naar de moeder komt voor. Mensen die in deze fase veel negatieve ervaringen hebben opgedaan, hebben in hun leven vaak te kampen met spanningen. Zij hebben vaak de volgende symptomen: angst in overvolle of kleine ruimtes, gepaard gaande met misselijkheid, buikpijn en hevig transpireren.De positieve aspecten van deze fase zijn nauw verbonden met herinnerinen aan de symbiotische eenheid met de moederborst, tevredenheid en ontspanning. Pas nadat de negatieve aspecten voldoende zijn afgevloeid door het doen van herhaalde geboorte-oefeningen, kunnen deze positieve aspecten alsnog worden ervaren
|2006-12-20 18:44:00 | Reageer |
7. De conceptie
Aan de basis van het verwekt worden, ligt de wil van het individu om te leven. Daarom is de conceptie voor het existentiële niveau van groot belang.De ervaringen die bij de conceptie een rol spelen kunnen een diepe indruk achterlaten en zo het latere leven positief of negatief beïnvloeden.Wanneer er danook problemen zijn rondom de conceptie, heeft dit over het algemeen vergaande gevolgen. Enige voorbeelden hiervan zijn: Kinderen die ongewenst verwekt zijn blijven zich vaak ‘misplaatst’ voelen in het leven. Het komt vaak voor, dat deze mensen niet echt in het leven willen staan. Dit kan depressie en schuldgevoelens tot gevolg hebben. Afkeer van sexualiteit bij één of beide ouders kan ook invloed hebben op de emotionele ervaring bij de conceptie. De conceptie is dan toch negatief geladen zonder dat er sprake is van feitelijke ongewenstheid.Is er bij de conceptie een afwezigheid van liefde, dan kan dit gevolgen hebben voor de hechting. Vaak zijn er dan ook problemen in fase 5. En wanneer er ook nog sprake was van geweld bij de conceptie (b.v. verkrachting), dan heeft dit nog verdergaande consequenties voor het verdere leven: diepe levensangst en angst voor agressie. De kans op het ontwikkelen van schuldgevoelens is hierbij zeer groot. In positieve zin kan een liefdevolle en gewenste verwekking doorwerken als een stevige basis en een positieve levensinstelling.
|2006-12-20 18:42:42 | Reageer |
Aan de basis van het verwekt worden, ligt de wil van het individu om te leven. Daarom is de conceptie voor het existentiële niveau van groot belang.De ervaringen die bij de conceptie een rol spelen kunnen een diepe indruk achterlaten en zo het latere leven positief of negatief beïnvloeden.Wanneer er danook problemen zijn rondom de conceptie, heeft dit over het algemeen vergaande gevolgen. Enige voorbeelden hiervan zijn: Kinderen die ongewenst verwekt zijn blijven zich vaak ‘misplaatst’ voelen in het leven. Het komt vaak voor, dat deze mensen niet echt in het leven willen staan. Dit kan depressie en schuldgevoelens tot gevolg hebben. Afkeer van sexualiteit bij één of beide ouders kan ook invloed hebben op de emotionele ervaring bij de conceptie. De conceptie is dan toch negatief geladen zonder dat er sprake is van feitelijke ongewenstheid.Is er bij de conceptie een afwezigheid van liefde, dan kan dit gevolgen hebben voor de hechting. Vaak zijn er dan ook problemen in fase 5. En wanneer er ook nog sprake was van geweld bij de conceptie (b.v. verkrachting), dan heeft dit nog verdergaande consequenties voor het verdere leven: diepe levensangst en angst voor agressie. De kans op het ontwikkelen van schuldgevoelens is hierbij zeer groot. In positieve zin kan een liefdevolle en gewenste verwekking doorwerken als een stevige basis en een positieve levensinstelling.
|2006-12-20 18:42:42 | Reageer |
8. Congres over het voorgeboortelijke
Ruim 1200 embryologen, neonatologen, gynaecologen, vroed-vrouwen, psychologen, psychotherapeuten, ethici (en menig andere discipline) waren van 8 tot en met 12 mei 2002 bijeen in Nijmegen voor een groot internationaal congres over Embryology, Psychology and Sociology. Zie www.congress2002.com. Tientallen voordrachten, meer dan honderd workshops en symposia over de vraag Wat betekent ons prenatale bestaan voor ons mens zijn? De algemene tendens die je daar kon ervaren was de impliciete vaststelling dat hoe wij over foetus en embryo denken en hoe wij daar mee omgaan in geneeskunde en psychologie, dat dat álles zegt over hoe wij over onszelf denken. Eén van de sprekers suggereerde zelfs dat 'gewelddadige bevruchtingen misschien wel horen bij een gewelddadige samenleving'. Misschien wat kort door de bocht, maar het geeft te denken. Er is mij heel veel opgevallen, ik heb daar heel veel geleerd. Eén aspect wil ik er hier uitlichten. Meer dan tachtig procent van de presentaties ging over het foetale bestaan van de mens. Vooral in de kringen van psychotherapeuten en zogeheten body-psychotherapeuten blijkt maar al te vaak dat zij het over de foetus hebben, als ze ervan uitgaan dat een mens ook in het prenatale ervaringen op zieleniveau opdoet, dus zieleroerselen heeft, maar ook zieleschade kan oplopen. Nu is de foetus nog min of meer als een soort 'mini-volwassene' te beschouwen. Er zijn zoiets als prille hersenen, er is zintuiglijk waarnemen, er is een begin van motoriek en gedrag, kortom is is veel van aan te tonen dat een foetus een 'ziel' of psyche heeft en dat in wisselwerking met moeder en omgeving het mensenkind daar rijpt en ontwikkelt. Dat wij daar dus onszelf vórmen, dat ons zenuwstelsel en zintuigen daar al 'leren', dat ervaringen en waarnemingen ons daar lichamelijk én geestelijk vormen, dat daar herinneringen worden 'opgeslagen' (als je al mag spreken van 'opslaan' bij herinneringen ..). Er werden ook veel argumenten aangedragen dat op dit gebied nog veel preventie nog te bedrijven is. De trauma's die de ongeborene (mogelijk) oploopt door onze moderne, vaak technische en zielloze omgang met geboorte en zwangerschap zijn te voorkómen via een ander omgaan met die ongeborene, via een meer bewust zijn van de aard van dat bestaan. Mij bekroop echter het gevoel: 'Ja, dat kan allemaal wel zijn en het ís ook mogelijk van toepassing op de foetus, maar hoe moeten we toch in dit kader naar een embryo kijken, de eerste drie maanden van ons voorgeboortelijke bestaan?'. Een foetus met alles wat er door modern onderzoek over bekend aan het worden is, 'doet' inderdaad al vreselijk veel van wat wij als volwassenen herkennen als menselijk gedrag: hij (zij) 'kijkt', 'proeft', 'neemt waar', 'voelt', 'reageert', enzovoort. Eigenlijk kun je bij een foetus nog in het Cartesiaanse misverstand blijven hangen dat een mens een wezen is met een lichaam dat een ziel heeft, waarbij die ziel dan wordt beschouwd als een werking van het brein. Ik heb ook daar op dat congres de aandacht gericht op de indringende vraag die het embryo aan ons stelt en die is; 'Hoe zit het toch met ziel en lichaam, mind en body, en zo? Als een mens nu eens niet een wezen is naar lichaam én geest (ziel) maar dat wij allen van bezielde materie ('Such stuff as dreams ar made of'' - Shakespeare) zijn, dan is ziel niet een werking van het lichaam, een mechanisme van het brein, maar dan is ziel een functie van ons lichaam en dus van meet af aan werkzaam en aan- (of moet ik zeggen: in-)wezig? Dus niet eerst alleen maar lichamelijk bestaan (embryo) en ziel 'krijgen' (foetus en zo verder), maar van meet af aan bestaan naar ziel én (mét) lichaam als ongedeelde eenheid. Met het presenteren van allerlei prachtig en indrukwekkende onderzoeksbevindingen over de ziel van de foetus, loop je toch het risico dat je ten principale het huidige overheersende nothingbutterism (zie elders in deze site) níet overstijgt of overwint. Ik heb dus in mijn voordrachten op het congres geprobeerd belangstelling te wekken voor de idee dat ook een embryo een bezield en/of geestelijk wezen is en dat de enige manier om het te verstaan is het gedrag dat het embryo - en dat zijn de groeigebaren en groeibewegingen! - vertoont, serieus te nemen. Hoe ik dat zie, is te lezen in het artikel De spraak van het embryo. Jaap van der Wal
|2006-12-20 18:42:00 | Reageer |
Ruim 1200 embryologen, neonatologen, gynaecologen, vroed-vrouwen, psychologen, psychotherapeuten, ethici (en menig andere discipline) waren van 8 tot en met 12 mei 2002 bijeen in Nijmegen voor een groot internationaal congres over Embryology, Psychology and Sociology. Zie www.congress2002.com. Tientallen voordrachten, meer dan honderd workshops en symposia over de vraag Wat betekent ons prenatale bestaan voor ons mens zijn? De algemene tendens die je daar kon ervaren was de impliciete vaststelling dat hoe wij over foetus en embryo denken en hoe wij daar mee omgaan in geneeskunde en psychologie, dat dat álles zegt over hoe wij over onszelf denken. Eén van de sprekers suggereerde zelfs dat 'gewelddadige bevruchtingen misschien wel horen bij een gewelddadige samenleving'. Misschien wat kort door de bocht, maar het geeft te denken. Er is mij heel veel opgevallen, ik heb daar heel veel geleerd. Eén aspect wil ik er hier uitlichten. Meer dan tachtig procent van de presentaties ging over het foetale bestaan van de mens. Vooral in de kringen van psychotherapeuten en zogeheten body-psychotherapeuten blijkt maar al te vaak dat zij het over de foetus hebben, als ze ervan uitgaan dat een mens ook in het prenatale ervaringen op zieleniveau opdoet, dus zieleroerselen heeft, maar ook zieleschade kan oplopen. Nu is de foetus nog min of meer als een soort 'mini-volwassene' te beschouwen. Er zijn zoiets als prille hersenen, er is zintuiglijk waarnemen, er is een begin van motoriek en gedrag, kortom is is veel van aan te tonen dat een foetus een 'ziel' of psyche heeft en dat in wisselwerking met moeder en omgeving het mensenkind daar rijpt en ontwikkelt. Dat wij daar dus onszelf vórmen, dat ons zenuwstelsel en zintuigen daar al 'leren', dat ervaringen en waarnemingen ons daar lichamelijk én geestelijk vormen, dat daar herinneringen worden 'opgeslagen' (als je al mag spreken van 'opslaan' bij herinneringen ..). Er werden ook veel argumenten aangedragen dat op dit gebied nog veel preventie nog te bedrijven is. De trauma's die de ongeborene (mogelijk) oploopt door onze moderne, vaak technische en zielloze omgang met geboorte en zwangerschap zijn te voorkómen via een ander omgaan met die ongeborene, via een meer bewust zijn van de aard van dat bestaan. Mij bekroop echter het gevoel: 'Ja, dat kan allemaal wel zijn en het ís ook mogelijk van toepassing op de foetus, maar hoe moeten we toch in dit kader naar een embryo kijken, de eerste drie maanden van ons voorgeboortelijke bestaan?'. Een foetus met alles wat er door modern onderzoek over bekend aan het worden is, 'doet' inderdaad al vreselijk veel van wat wij als volwassenen herkennen als menselijk gedrag: hij (zij) 'kijkt', 'proeft', 'neemt waar', 'voelt', 'reageert', enzovoort. Eigenlijk kun je bij een foetus nog in het Cartesiaanse misverstand blijven hangen dat een mens een wezen is met een lichaam dat een ziel heeft, waarbij die ziel dan wordt beschouwd als een werking van het brein. Ik heb ook daar op dat congres de aandacht gericht op de indringende vraag die het embryo aan ons stelt en die is; 'Hoe zit het toch met ziel en lichaam, mind en body, en zo? Als een mens nu eens niet een wezen is naar lichaam én geest (ziel) maar dat wij allen van bezielde materie ('Such stuff as dreams ar made of'' - Shakespeare) zijn, dan is ziel niet een werking van het lichaam, een mechanisme van het brein, maar dan is ziel een functie van ons lichaam en dus van meet af aan werkzaam en aan- (of moet ik zeggen: in-)wezig? Dus niet eerst alleen maar lichamelijk bestaan (embryo) en ziel 'krijgen' (foetus en zo verder), maar van meet af aan bestaan naar ziel én (mét) lichaam als ongedeelde eenheid. Met het presenteren van allerlei prachtig en indrukwekkende onderzoeksbevindingen over de ziel van de foetus, loop je toch het risico dat je ten principale het huidige overheersende nothingbutterism (zie elders in deze site) níet overstijgt of overwint. Ik heb dus in mijn voordrachten op het congres geprobeerd belangstelling te wekken voor de idee dat ook een embryo een bezield en/of geestelijk wezen is en dat de enige manier om het te verstaan is het gedrag dat het embryo - en dat zijn de groeigebaren en groeibewegingen! - vertoont, serieus te nemen. Hoe ik dat zie, is te lezen in het artikel De spraak van het embryo. Jaap van der Wal
|2006-12-20 18:42:00 | Reageer |
9. Werken met te vroeg geboren babies
Bij haar werk met te vroeg geborene kinderen gebruikt Noecker - Ribaupierre de stem van de moeder op en bandje. De te vroeg geboren babys beleven op de intensive care in het zieken huis een heel andere sfeer als zij in de barmoeder hadden. Deze plotselinge verlies van zijn gewone omgeving en de te vroege deprivatisatie voert tot een aantal van volgen. Om deze volgen te minderen heeft M. Noecker - Ribaupierre de moederstem op bandje opgenomen welke over een luidspreker in het bed van de baby afgespeld word.De moeder verteld haar kindje verhalen of spreekt gewoon met hem. Door dit vertrouwde geluid zijn de babys minder angstig en rustiger en hun ontwikkeling en rijping word stimuleert.Het bandje wordt ook ingezet om de te vroege scheiding van moeder en kind een beetje op te vangen. De moeder kan niet de hele tijd aan de incubator staan maar met haar stem heeft de baby toch nog iets vertrouwd als de moeder niet er is.Voor Monika Noecker - Ribaupierre is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat moeder en kind op dit tijd nog niet als twee individuen te zien zijn. Een behandeling van het kind sluit immers ook de moeder met in. In de behandeling concept van haar is de moeder actief aan de therapie betrokken en zo kan de veel te vroege scheiding van moeder en kind op gevangen worden.
|2006-12-20 18:40:24 | Reageer |
Bij haar werk met te vroeg geborene kinderen gebruikt Noecker - Ribaupierre de stem van de moeder op en bandje. De te vroeg geboren babys beleven op de intensive care in het zieken huis een heel andere sfeer als zij in de barmoeder hadden. Deze plotselinge verlies van zijn gewone omgeving en de te vroege deprivatisatie voert tot een aantal van volgen. Om deze volgen te minderen heeft M. Noecker - Ribaupierre de moederstem op bandje opgenomen welke over een luidspreker in het bed van de baby afgespeld word.De moeder verteld haar kindje verhalen of spreekt gewoon met hem. Door dit vertrouwde geluid zijn de babys minder angstig en rustiger en hun ontwikkeling en rijping word stimuleert.Het bandje wordt ook ingezet om de te vroege scheiding van moeder en kind een beetje op te vangen. De moeder kan niet de hele tijd aan de incubator staan maar met haar stem heeft de baby toch nog iets vertrouwd als de moeder niet er is.Voor Monika Noecker - Ribaupierre is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat moeder en kind op dit tijd nog niet als twee individuen te zien zijn. Een behandeling van het kind sluit immers ook de moeder met in. In de behandeling concept van haar is de moeder actief aan de therapie betrokken en zo kan de veel te vroege scheiding van moeder en kind op gevangen worden.
|2006-12-20 18:40:24 | Reageer |
10. Whole-self therapie
Jon RG (John-Richard) Turner, is een van de pioniers in holistische geneeskunde, en woont nu in Nederland. Eerder had hij een praktijk in Whole-Self therapie in Beverly Hills, California, waar hij van andere therapeuten cliënten doorverwezen kreeg die als 'ongeneselijk' waren opgegeven. Toen hij zich realiseerde dat deze mensen (soms) jaren van hun leven hadden besteed aan het zoeken naar de oorzaak van hun probleem en (ook) daarin hadden gefaald was Turner geïnspireerd deze cliënten te vragen om (zonder hypnose) de emotionele patronen die hun moeders en vaders tijdens de zwangerschap hebben ervaren te onderzoeken.Zo ontdekte hij dat; niet alleen is elk van ons de synthese van de fysieke DNA van de ouders die mij het lichamelijk uiterlijk geeft maar ik leef ook de synthese van de ervaren emoties van moeder en vader tijdens de (negen) maanden voor mijn geboorte. Turner noemt dit de emotionele DNA© of eDNA©.In andere worden, elk van ons is geboren met een reeks van emotionele patronen. Door toepassing van Whole-Self Psychologie, ben ik in staat om te ervaren dat de belemmerende gevoelens en patronen die ik tijdens mijn leven herhaaldelijk ervaar, in feite een overblijfsel zijn van de reacties van mijn ouders op (traumatische) gebeurtenissen tijdens de periode dat ze mij verwachtte.Bijvoorbeeld, wanneer moeder tijdens haar zwangerschap bedrog ervaart, wordt haar kind geboren met een gevoel van bedrogen zijn en leeft een leven zonder vertrouwen. Wanneer de cliënt een patroon kan herkennen als moeders of vaders reactie op een trauma, zie voorbeeld, kan het patroon worden losgelaten.
|2006-12-20 18:39:02 | Reageer |
Jon RG (John-Richard) Turner, is een van de pioniers in holistische geneeskunde, en woont nu in Nederland. Eerder had hij een praktijk in Whole-Self therapie in Beverly Hills, California, waar hij van andere therapeuten cliënten doorverwezen kreeg die als 'ongeneselijk' waren opgegeven. Toen hij zich realiseerde dat deze mensen (soms) jaren van hun leven hadden besteed aan het zoeken naar de oorzaak van hun probleem en (ook) daarin hadden gefaald was Turner geïnspireerd deze cliënten te vragen om (zonder hypnose) de emotionele patronen die hun moeders en vaders tijdens de zwangerschap hebben ervaren te onderzoeken.Zo ontdekte hij dat; niet alleen is elk van ons de synthese van de fysieke DNA van de ouders die mij het lichamelijk uiterlijk geeft maar ik leef ook de synthese van de ervaren emoties van moeder en vader tijdens de (negen) maanden voor mijn geboorte. Turner noemt dit de emotionele DNA© of eDNA©.In andere worden, elk van ons is geboren met een reeks van emotionele patronen. Door toepassing van Whole-Self Psychologie, ben ik in staat om te ervaren dat de belemmerende gevoelens en patronen die ik tijdens mijn leven herhaaldelijk ervaar, in feite een overblijfsel zijn van de reacties van mijn ouders op (traumatische) gebeurtenissen tijdens de periode dat ze mij verwachtte.Bijvoorbeeld, wanneer moeder tijdens haar zwangerschap bedrog ervaart, wordt haar kind geboren met een gevoel van bedrogen zijn en leeft een leven zonder vertrouwen. Wanneer de cliënt een patroon kan herkennen als moeders of vaders reactie op een trauma, zie voorbeeld, kan het patroon worden losgelaten.
|2006-12-20 18:39:02 | Reageer |
11. De compotente foetus
Het beeld van de foetus en van de baby verandert snel op dit moment. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de foetus en de baby meer mogelijkheden hebben om te reageren op hun omgeving, dan ooit voor mogelijk werd gehouden. De foetus blijkt een heel actief, sensitief en communicatief wezen te zijn.De ontwikkeling van de foetus heeft een doel, namelijk het veilig stellen van zijn overleving, en dit niet alleen in biologische zin, maar ook in psychologische zin. Grofweg staat de biologische groei in het eerste trimester in het teken van de aanleg van organen en in de volgende twee trimesters in het teken van verdere groei. Om bijvoorbeeld de opbouw van de hersenen niet te verstoren beschikt de foetus over een mechanisme dat er voor zorgt dat voldoende zuurstof naar de snel groeiende hersenen gaat, ook als de zuurstof vermindert; andere organen, zoals de lever of de huid krijgen dan minder zuurstof. Zo beschermt de foetus de snelle groei van zijn hersenen (Nathanielsz, 1994).De foetus beschikt ook over psychologische beschermingsmechanismen. David Chamberlain (1990), die als een van de eerste psychologen met systematische foetus-observatie begon, rapporteert dat foetussen met defensieve agressie kunnen reageren op inbreuken in de baarmoeder, zoals bijvoorbeeld bij vruchtwaterpuncties. De foetus beschikt dus ook over mechanismen die ook zijn psychologisch overleven moeten beschermen.Er moet meteen bijgezegd worden en dit is belangrijk om te benadrukken, dat de kwetsbaarheid van de foetus en de pasgeborene nog erg groot is. Zijn groei en ontwikkeling kunnen ernstig verstoord geraken, door wat in onze ogen kleinigheden zijn. De beschermings-mechanismen functioneren nog binnen zeer beperkte limieten en de foetus zal een prijs betalen als deze limieten worden overschreden. Rien verdult
|2006-12-20 18:38:02 | Reageer |
Het beeld van de foetus en van de baby verandert snel op dit moment. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de foetus en de baby meer mogelijkheden hebben om te reageren op hun omgeving, dan ooit voor mogelijk werd gehouden. De foetus blijkt een heel actief, sensitief en communicatief wezen te zijn.De ontwikkeling van de foetus heeft een doel, namelijk het veilig stellen van zijn overleving, en dit niet alleen in biologische zin, maar ook in psychologische zin. Grofweg staat de biologische groei in het eerste trimester in het teken van de aanleg van organen en in de volgende twee trimesters in het teken van verdere groei. Om bijvoorbeeld de opbouw van de hersenen niet te verstoren beschikt de foetus over een mechanisme dat er voor zorgt dat voldoende zuurstof naar de snel groeiende hersenen gaat, ook als de zuurstof vermindert; andere organen, zoals de lever of de huid krijgen dan minder zuurstof. Zo beschermt de foetus de snelle groei van zijn hersenen (Nathanielsz, 1994).De foetus beschikt ook over psychologische beschermingsmechanismen. David Chamberlain (1990), die als een van de eerste psychologen met systematische foetus-observatie begon, rapporteert dat foetussen met defensieve agressie kunnen reageren op inbreuken in de baarmoeder, zoals bijvoorbeeld bij vruchtwaterpuncties. De foetus beschikt dus ook over mechanismen die ook zijn psychologisch overleven moeten beschermen.Er moet meteen bijgezegd worden en dit is belangrijk om te benadrukken, dat de kwetsbaarheid van de foetus en de pasgeborene nog erg groot is. Zijn groei en ontwikkeling kunnen ernstig verstoord geraken, door wat in onze ogen kleinigheden zijn. De beschermings-mechanismen functioneren nog binnen zeer beperkte limieten en de foetus zal een prijs betalen als deze limieten worden overschreden. Rien verdult
|2006-12-20 18:38:02 | Reageer |
12. De foetus ejectiereflex
In talrijke van zijn publicaties heeft Michel Odent het over de foetus ejectie reflex. Ik denk dat vele vroedvrouwen, zoals ik ook trouwens, de foetus ejectie reflex interpreteren als het voelen van spontane persdrang op het einde van de eerste fase (ontsluitingsfase), ook Ferguson reflex genaamd, dat ontstaat door druk van het voorliggend deel (hoofd of stuit) op de perineumspieren. De oxytocinereceptoren daar aanwezig doen extra oxytocine vrijgeven, zodat dit oxytocine zorgt voor sterkere contracties met persdrang als gevolg. Het plaatsen van een episiotomie op dat ogenblik legt het proces stil: contracties weg omdat de oxytocinereceptoren zijn doorgeknipt. Dit is een herkenbaar fenomeen, dat vaak wordt toegeschreven aan de werking van de lokale verdoving. Herkenbaar ook omdat meestal de opdracht van de arts volgt: infuus sneller laten lopen. Dankzij Sarah Wickham op 3 mei in Dworp is ook hier weer een fysiologische vraag logisch beantwoord. Dit wilde ik even kwijt als inleiding op de foetus ejectie reflex.Maar wat is nu precies de foetus ejectie reflex? Hoort spontane persdrang wel tot het normale patroon van een fysiologische arbeid? Is er wel een eerste en tweede fase van de baring? Of…. Verstoort een (artificiële) tweede fase de foetus ejectie reflex? In welke omstandigheden wordt de foetus ejectie reflex bereikt en hoe? Het lezen van de teksten van Michel Odent in dit verband geeft toch wel een andere verklaring en speelt in op een nog steeds niet begrepen zijn van de echte fysiologie.De foetus ejectie reflex kan optreden op eender welk tijdstip in de arbeid, vooral in gepaste omgevingsfactoren: volkomen privacy (met drastische vermindering van de werking van de rationele neocortex) en zich veilig voelen. Een herziening van de echte rol van de vroedvrouw dringt zich op. Het vrijgeven van hoge waarden van hormonen van de adrenalinegroep komt voor door een plotse uiting van vrees (vaak een zeer korte episode van vrees voor de dood), die de onweerstaanbare contracties voorafgaat, en door een plotse neiging om iets te grijpen en rechtop te komen.Een van de voordelen van de term foetus ejectie reflex is dat toevallig ook de gelijkenis met de verschillende episodes in ons seksueel leven kunnen worden aangeduid. Dezelfde hormonen zijn erbij betrokken en gelijkaardige scenario's zijn weergegeven, zodat er altijd een finaal ejectie reflex is: melkejectie reflex, sperma ejectie reflex, foetus ejectie reflex enz. Dit vrijgeven van oxytocine is altijd in hoge mate afhankelijk van omgevingsfactoren.
|2006-12-20 18:36:43 | Reageer |
In talrijke van zijn publicaties heeft Michel Odent het over de foetus ejectie reflex. Ik denk dat vele vroedvrouwen, zoals ik ook trouwens, de foetus ejectie reflex interpreteren als het voelen van spontane persdrang op het einde van de eerste fase (ontsluitingsfase), ook Ferguson reflex genaamd, dat ontstaat door druk van het voorliggend deel (hoofd of stuit) op de perineumspieren. De oxytocinereceptoren daar aanwezig doen extra oxytocine vrijgeven, zodat dit oxytocine zorgt voor sterkere contracties met persdrang als gevolg. Het plaatsen van een episiotomie op dat ogenblik legt het proces stil: contracties weg omdat de oxytocinereceptoren zijn doorgeknipt. Dit is een herkenbaar fenomeen, dat vaak wordt toegeschreven aan de werking van de lokale verdoving. Herkenbaar ook omdat meestal de opdracht van de arts volgt: infuus sneller laten lopen. Dankzij Sarah Wickham op 3 mei in Dworp is ook hier weer een fysiologische vraag logisch beantwoord. Dit wilde ik even kwijt als inleiding op de foetus ejectie reflex.Maar wat is nu precies de foetus ejectie reflex? Hoort spontane persdrang wel tot het normale patroon van een fysiologische arbeid? Is er wel een eerste en tweede fase van de baring? Of…. Verstoort een (artificiële) tweede fase de foetus ejectie reflex? In welke omstandigheden wordt de foetus ejectie reflex bereikt en hoe? Het lezen van de teksten van Michel Odent in dit verband geeft toch wel een andere verklaring en speelt in op een nog steeds niet begrepen zijn van de echte fysiologie.De foetus ejectie reflex kan optreden op eender welk tijdstip in de arbeid, vooral in gepaste omgevingsfactoren: volkomen privacy (met drastische vermindering van de werking van de rationele neocortex) en zich veilig voelen. Een herziening van de echte rol van de vroedvrouw dringt zich op. Het vrijgeven van hoge waarden van hormonen van de adrenalinegroep komt voor door een plotse uiting van vrees (vaak een zeer korte episode van vrees voor de dood), die de onweerstaanbare contracties voorafgaat, en door een plotse neiging om iets te grijpen en rechtop te komen.Een van de voordelen van de term foetus ejectie reflex is dat toevallig ook de gelijkenis met de verschillende episodes in ons seksueel leven kunnen worden aangeduid. Dezelfde hormonen zijn erbij betrokken en gelijkaardige scenario's zijn weergegeven, zodat er altijd een finaal ejectie reflex is: melkejectie reflex, sperma ejectie reflex, foetus ejectie reflex enz. Dit vrijgeven van oxytocine is altijd in hoge mate afhankelijk van omgevingsfactoren.
|2006-12-20 18:36:43 | Reageer |
13. Gehoor-ontwikkeling bij de embryo
De eerste aanleg van het oor kan men bij het embryo na ca 22 dagen herkennen. Buiten, middel en binnen oor zijn vanaf de 6e week aangelegd; de structuren zijn klaar tussen de 12e en de 16e week. Het corti - orgaan is met 18 weken helemaal tot reactie in staat. Omdat de geluidsoverdraging mogelijk nog tot de 35e week gedempt is, vind de geluidswaarneming plaats over vibratie en de geluidsoverdraging gaat over de benen.De zintuigen op de basilarmembran nemen aanvankelijk alleen diepe frequenties waar. Maar in het loop van de ontwikkeling worden de waargenomen frequenties steeds hoger. Het ganglio stato accustico is in de 5e zwangerschapsweek aangelegd Hoorwaarnemingen zijn anatomisch mogelijk vanaf de 16e week. Binholz en Benaceruft (1983) hebben het hoorvermogen van de foetus voor de geboorte met behulp van de echo onderzoekt. Tussen de 24e en de 25e weken ontdekten ze de eerste reacties, na de 28e week reageerden de foetussen regelmatig.Op grond van deze onderzoeken wort aangenomen dat in vroegere ontwikkelings-fasen meer lagere en midden frequenzen waargenomen worden. Het hoorvermogen van en volwassenen en de vaardigheid tot frequentieonderscheiding worden met een leeftijd van twee jaren bereikt.Omdat het hoorsysteem zo vroeg ontwikkeld is moet het horen voor de foetus van bezonders grot belang zijn, voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel als ook voor de begin van psychologische herinnering sporen.
|2006-12-20 16:33:06 | Reageer |
De eerste aanleg van het oor kan men bij het embryo na ca 22 dagen herkennen. Buiten, middel en binnen oor zijn vanaf de 6e week aangelegd; de structuren zijn klaar tussen de 12e en de 16e week. Het corti - orgaan is met 18 weken helemaal tot reactie in staat. Omdat de geluidsoverdraging mogelijk nog tot de 35e week gedempt is, vind de geluidswaarneming plaats over vibratie en de geluidsoverdraging gaat over de benen.De zintuigen op de basilarmembran nemen aanvankelijk alleen diepe frequenties waar. Maar in het loop van de ontwikkeling worden de waargenomen frequenties steeds hoger. Het ganglio stato accustico is in de 5e zwangerschapsweek aangelegd Hoorwaarnemingen zijn anatomisch mogelijk vanaf de 16e week. Binholz en Benaceruft (1983) hebben het hoorvermogen van de foetus voor de geboorte met behulp van de echo onderzoekt. Tussen de 24e en de 25e weken ontdekten ze de eerste reacties, na de 28e week reageerden de foetussen regelmatig.Op grond van deze onderzoeken wort aangenomen dat in vroegere ontwikkelings-fasen meer lagere en midden frequenzen waargenomen worden. Het hoorvermogen van en volwassenen en de vaardigheid tot frequentieonderscheiding worden met een leeftijd van twee jaren bereikt.Omdat het hoorsysteem zo vroeg ontwikkeld is moet het horen voor de foetus van bezonders grot belang zijn, voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel als ook voor de begin van psychologische herinnering sporen.
|2006-12-20 16:33:06 | Reageer |
14. Leren voor de geboorte
Wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat een baby met interactie begint in de baarmoeder. Dit is een kans om moeders meer met hun baby te doen communiceren voor de geboorte en ze hiervan bewust te maken. Er is ook voldoende bewijs om aan te nemen dat de baby op 24 weken zwangerschap kan zien, horen, smaken, ervaren, voelen, herinneren en zelfs leren (Cole & Cole, 1996), Verny, 1981).Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van bewijsgestuurde informatie- en activiteiten-kaarten met illustraties, die kunnen gebuikt worden door de ouders in de pre- en postnatale periode. De nadruk van dit project ligt op de ontwikkeling van vroege pre- en postnatale interactie tussen de baby en zijn familie. De kaarten helpen de ouders bewust te worden dat een baby in staat is om vaardigheden te ontwikkelen vooraleer hij is geboren. Ze stellen manieren voor waarop ouders hun baby kunnen stimuleren en spitsen zich toe op de ontwikkeling van interactieve vaardigheden. Deze vroege ouder kindinteractie bevordert de hechting en vroege communicatie die latere moeilijkheden kan voorkomen, zoals later spreken. De activiteiten omvatten 'het aanraken en wrijven over de buik, wachten tot er reactie komt en wiegelliedjes zingen'.
|2006-12-20 16:30:17 | Reageer |
Wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat een baby met interactie begint in de baarmoeder. Dit is een kans om moeders meer met hun baby te doen communiceren voor de geboorte en ze hiervan bewust te maken. Er is ook voldoende bewijs om aan te nemen dat de baby op 24 weken zwangerschap kan zien, horen, smaken, ervaren, voelen, herinneren en zelfs leren (Cole & Cole, 1996), Verny, 1981).Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van bewijsgestuurde informatie- en activiteiten-kaarten met illustraties, die kunnen gebuikt worden door de ouders in de pre- en postnatale periode. De nadruk van dit project ligt op de ontwikkeling van vroege pre- en postnatale interactie tussen de baby en zijn familie. De kaarten helpen de ouders bewust te worden dat een baby in staat is om vaardigheden te ontwikkelen vooraleer hij is geboren. Ze stellen manieren voor waarop ouders hun baby kunnen stimuleren en spitsen zich toe op de ontwikkeling van interactieve vaardigheden. Deze vroege ouder kindinteractie bevordert de hechting en vroege communicatie die latere moeilijkheden kan voorkomen, zoals later spreken. De activiteiten omvatten 'het aanraken en wrijven over de buik, wachten tot er reactie komt en wiegelliedjes zingen'.
|2006-12-20 16:30:17 | Reageer |
15. Intuitie & Geboorte
Andrea Robertson, een Australische childbirth educator, bepleit het bekrachtigen van vroedvrouwen en vrouwen, door kennis en kunde te verweven, te versterken via het gebruik van hun instincten. Michel Odent, een voorstander van fysiologische geboorte, benadrukt het belang om barende vrouwen toe te staan zich spontaan te gedragen in harmonie met hun instincten. Een speciale relatievorm ontwikkelt zich tussen de barende moeders en hun vroedvrouwen. Davis-Floyd en Davis beschrijven deze relatievorm door het gebruik van woorden uit een interview met een vroedvrouw, die een thuisbevalling begeleidde: Het is een dans - de vrouwen dienen vertrouwen te hebben in hun vroedvrouw en omgekeerd dienen de vroedvrouwen vertrouwen te hebben in de barende vrouwen" (Davis-Floyd en Davis 1996). Antropoloog Robbie Davis-Floyd observeerde dat vroedvrouwen intentioneel vertrouwen op intuïtie en dat zij regelmatig de contradicties van de stem van de rede ontmaskeren. Zij herkennen de intuïtieve zelfkennis van de moeder en haar baby voor, tijdens en na de geboorte
|2006-12-20 16:27:12 | Reageer |
Andrea Robertson, een Australische childbirth educator, bepleit het bekrachtigen van vroedvrouwen en vrouwen, door kennis en kunde te verweven, te versterken via het gebruik van hun instincten. Michel Odent, een voorstander van fysiologische geboorte, benadrukt het belang om barende vrouwen toe te staan zich spontaan te gedragen in harmonie met hun instincten. Een speciale relatievorm ontwikkelt zich tussen de barende moeders en hun vroedvrouwen. Davis-Floyd en Davis beschrijven deze relatievorm door het gebruik van woorden uit een interview met een vroedvrouw, die een thuisbevalling begeleidde: Het is een dans - de vrouwen dienen vertrouwen te hebben in hun vroedvrouw en omgekeerd dienen de vroedvrouwen vertrouwen te hebben in de barende vrouwen" (Davis-Floyd en Davis 1996). Antropoloog Robbie Davis-Floyd observeerde dat vroedvrouwen intentioneel vertrouwen op intuïtie en dat zij regelmatig de contradicties van de stem van de rede ontmaskeren. Zij herkennen de intuïtieve zelfkennis van de moeder en haar baby voor, tijdens en na de geboorte
|2006-12-20 16:27:12 | Reageer |
16. Hulpverlening aan pasgeborenen
De laatste jaren is er een snelle ontwikkeling te constateren op het gebied van babyonderzoek. Ook de hulpverlening aan pasgeborenen en jonge baby's staat volop in de belangstelling. Dat is niet zo verwonderlijk. Eerst en vooral heeft de ontwikkelingspsychologie een heel nieuw beeld opgeleverd van de baby (Nossent, 1998). Baby-onderzoek heeft aangetoond dat baby's zeer 'competent' zijn.Nog geen dertig jaar geleden werden baby's beschouwd als kinderen die met een onbeschreven blad ter wereld komen. Nu weten we dat baby's heel sensitief zijn voor wat er in hun omgeving gebeurt, dat ze pijn kunnen ervaren, dat ze open staan voor indrukken die op hen afkomen, dat ze sociale competenties hebben en al heel vroeg taal begrijpen. Baby's zijn ook zeer bewust als het gaat over de vervulling van hun primaire behoeften. Dit beeld van de 'competente' baby wordt door de prenatale psychologie aangevuld met het beeld van de 'competente' foetus (Chamberlain, 1999). De competentie van de baby vindt zijn voorbereiding in de baarmoeder. Er is sprake van een grote mate van continuïteit tussen de prenatale en postnatale ontwikkeling. Niet alleen ontwikkelen de zintuigen zich reeds voor de geboorte, ook vormen van leren en geheugen zijn al prenataal aanwezig. Dit geldt ook voor taalontwikkeling. Toch mogen we door deze ontdekte competenties de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van foetussen en baby's niet onderschatten. Foetussen en baby's zijn zeer gevoelige wezens met haarfijne antennes. Zowel positieve als negatieve ervaringen, in alle subtiele nuances, komen bij hen binnen. Naast dit nieuwe beeld van de competente baby is er nog een tweede reden voor de opkomst van babytherapie. Steeds meer baby's raken al heel vroeg in hun leven in de problemen. Door prenatale en perinatale belastingen raken steeds meer baby's emotioneel belemmerd in hun ontwikkeling. Zo kunnen prenatale onthechting en stress een baby belasten; maar ook door de medicalisering van de geboorte lopen steeds meer kinderen geboortetrauma's op. Er zijn meer en meer huilbaby's, baby's met ademhalingsproblemen of baby's met reflux. Dit zijn mogelijke symptomen van psychische belasting. Geen wonder dat de nood aan hulpverlening door steeds meer ouders gevoeld wordt. Babytherapie probeert een antwoord te bieden op deze toegenomen hulpvraag. Rien verdult
|2006-12-05 20:12:05 | Reageer |
De laatste jaren is er een snelle ontwikkeling te constateren op het gebied van babyonderzoek. Ook de hulpverlening aan pasgeborenen en jonge baby's staat volop in de belangstelling. Dat is niet zo verwonderlijk. Eerst en vooral heeft de ontwikkelingspsychologie een heel nieuw beeld opgeleverd van de baby (Nossent, 1998). Baby-onderzoek heeft aangetoond dat baby's zeer 'competent' zijn.Nog geen dertig jaar geleden werden baby's beschouwd als kinderen die met een onbeschreven blad ter wereld komen. Nu weten we dat baby's heel sensitief zijn voor wat er in hun omgeving gebeurt, dat ze pijn kunnen ervaren, dat ze open staan voor indrukken die op hen afkomen, dat ze sociale competenties hebben en al heel vroeg taal begrijpen. Baby's zijn ook zeer bewust als het gaat over de vervulling van hun primaire behoeften. Dit beeld van de 'competente' baby wordt door de prenatale psychologie aangevuld met het beeld van de 'competente' foetus (Chamberlain, 1999). De competentie van de baby vindt zijn voorbereiding in de baarmoeder. Er is sprake van een grote mate van continuïteit tussen de prenatale en postnatale ontwikkeling. Niet alleen ontwikkelen de zintuigen zich reeds voor de geboorte, ook vormen van leren en geheugen zijn al prenataal aanwezig. Dit geldt ook voor taalontwikkeling. Toch mogen we door deze ontdekte competenties de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van foetussen en baby's niet onderschatten. Foetussen en baby's zijn zeer gevoelige wezens met haarfijne antennes. Zowel positieve als negatieve ervaringen, in alle subtiele nuances, komen bij hen binnen. Naast dit nieuwe beeld van de competente baby is er nog een tweede reden voor de opkomst van babytherapie. Steeds meer baby's raken al heel vroeg in hun leven in de problemen. Door prenatale en perinatale belastingen raken steeds meer baby's emotioneel belemmerd in hun ontwikkeling. Zo kunnen prenatale onthechting en stress een baby belasten; maar ook door de medicalisering van de geboorte lopen steeds meer kinderen geboortetrauma's op. Er zijn meer en meer huilbaby's, baby's met ademhalingsproblemen of baby's met reflux. Dit zijn mogelijke symptomen van psychische belasting. Geen wonder dat de nood aan hulpverlening door steeds meer ouders gevoeld wordt. Babytherapie probeert een antwoord te bieden op deze toegenomen hulpvraag. Rien verdult
|2006-12-05 20:12:05 | Reageer |